Man uit een dorp in regio Charchiv, gelegen aan de frontlijn (07/2022) © Gert Jochems

De oorlog in Oekraïne door de lens van persfotograaf Gert Jochems

Na zijn studies sociologie en internationale politieke relaties en een eerste werkervaring in die sector, werd het Gert Jochems al snel duidelijk dat een carrière als socioloog toch niet zijn ding was. Een DKO-cursus fotografie zette het een en ander in beweging en al in zijn tweede jaar ging hij aan de slag als persfotograaf. Eerst regionaal voor Het Volk, dan nationaal bij De Morgen en later bij De Standaard, waarvoor hij nog steeds werkt. In de ruim 20 jaar die volgden, maakte Jochems talloze reportages voor de krant, publiceerde hij twee fotoboeken en had hij onder andere een solotentoonstelling in het FOMU. In 2022 deed hij zijn eerste ervaring op als oorlogsfotograaf in Oekraïne. We spraken met hem over zijn journalistieke werk en zijn ervaringen als oorlogsfotograaf.

Tekst: Björn Comhaire (12/1/2023)

Inhoud boven stijl

Je begon je carrière als persfotograaf voor de regionale editie van Het Volk maar had al snel door dat dat niet zo je ding was. Nationaal werken voor De Morgen was het dan weer wel?

“Ja, absoluut! Voor jonge mensen is dat een fantastische job: ’s morgens stap je bij wijze van spreken binnen bij een notaris, ’s middags bij een boer en ’s avonds bij de eerste minister… Je komt op plaatsen en bij mensen waar je anders, zonder fototoestel, nooit binnen zou geraken. Niet omdat je belangrijk bent, maar gewoon omdat het je job is. Die manier van werken wordt al snel een levenswijze.”

Een levenswijze omdat je nooit op voorhand weet wat je de volgende dag zal doen?

“Inderdaad. Een levenswijze die ook moeilijk heel lang vol te houden is. Pas op, ik doe het nu soms nog, maar minder dan vroeger. Als je een oproep krijgt voor een reportage of een portret, dan moet je letterlijk alles laten vallen en een half uur later in de auto zitten. Je kan die manier van leven 10-15 jaar volhouden maar om dat langer te blijven doen…”

Beeld uit de reeks 'Rus' (2003) © Gert Jochems
Beeld uit de reeks 'S' (2010-2012) © Gert Jochems
Een krantenfotograaf moet echt werken in het hier en nu. Zit het interieur niet mee, zit het licht niet mee, zit die persoon zijn kop niet mee… het maakt niet uit, je moet toch - en vaak binnen de twee minuten - een treffelijke foto maken.

Heb je het gevoel dat je als persfotograaf een eigen stijl kan hanteren of is het toch vooral: zorg gewoon dat die persoon zijn of haar hoofd er een beetje deftig op staat?

“Bij een krant als De Morgen of De Standaard mogen we echt niet klagen en krijgen we veel vrijheid om ons eigen beeld te maken. Dat is best uitzonderlijk in de wereld van de persfotografie. Natuurlijk gaat inhoud altijd boven esthetiek, en gelukkig maar. Een krant of elk ander journalistiek medium dient tenslotte niet voor je eigen profilering. Ik vind het, naarmate ik ouder word, trouwens alleen maar interessanter als inhoud het haalt van vorm. 
Als student en als jonge fotograaf ben je vaak helemaal in de ban van het beeld zelf en hoe je een goed beeld maakt. Maar het is toch een vorm van volwassen worden met beeld, wanneer je begint te begrijpen waarvoor een foto moet dienen, uiteindelijk blijf je wel een opdracht uitvoeren voor een klant. Dat is een belangrijk verschil met een kunstenaar of iemand die projecten doet op lange termijn: een krantenfotograaf moet echt werken in het hier en nu. Zit het interieur niet mee, zit het licht niet mee, zit die persoon zijn kop niet mee… het maakt niet uit, je moet toch - en vaak binnen de twee minuten - een treffelijke foto maken.”

Heb je dan een methode om op zulke momenten, onder grote tijdsdruk vaak, toch nog een goede foto te maken?

“Wat volgens mij goed helpt, is werken vanop statief. Dan zit je minder verborgen achter je camera en blijf je contact houden met de gefotografeerde. De meeste mensen - en dat geldt echt voor iedereen ook voor de ceo van een groot bedrijf bijvoorbeeld - vinden poseren heel moeilijk. Vinden ze geen goede houding, laat ze dan wat bewegen en geef instructies. Wat helemaal niet werkt is hen vragen om te lachen, of mensen die zelf denken dat ze moeten lachen voor de foto. Zeg hen gewoon dat dat niet nodig is en vaak neemt dat al wat spanning weg. 
Een ander heel belangrijk aspect, en dat is iets waar ik jaren over gedaan heb om dat te beheersen, is het licht. Als je moet werken in een heel slechte lichtsituatie dan krijg je de foto soms gewoon niet goed. Dan is mijn truc om extreem te gaan en net erg te benadrukken hoe slecht de licht situatie is. Vaak geeft dat nog wel een visueel interessant beeld. Maar het liefste werk ik in zacht, egaal licht. Een grijze, mistige dag is ideaal voor een portret.”

Begrafenis van soldaat die gesneuveld is in de Donbass, Rivne (09/2022) © Gert Jochems

Om een foto te kunnen maken moet je erbij zijn

Je bent nu al even de 50 voorbij, een periode in het leven waarin een mens al eens wil stilstaan bij zijn eigen sterfelijkheid. Jij vertrekt op zo’n moment naar Oekraïne een plek waarvan een ‘normaal’ mens zou weglopen. Hoe werkt dat? 

“Ik snap je vraag, maar zo vreemd is dat niet. Ik ben ondertussen een dikke 20 jaar persfotograaf en voor mij is het de normaalste zaak van de wereld om op een plaats te zijn. Als ik niet op die plaats ben, dan heb ik geen foto, zo eenvoudig is dat. Voor een journalist is dat anders, die kan heel veel doen via telefoon, sociale media, interviews… een fotograaf kan dat niet. En zo gevaarlijk is het ook allemaal niet hoor. Je controleert het risico dat je neemt voor een groot stuk zelf. Helemaal zeker dat je veilig bent, ben je natuurlijk nooit.”

Hoe gaat dat is zijn werk? Zit je daar alleen en beslis je zelf waar je naartoe gaat of ben je daar met een journalist?

“De eerste keer was ik daar met een journalist en die heeft dan de overhand. Ben je alleen dan ben je zelf de baas. Sowieso werk je altijd met een lokale 'fixer', maar die moet natuurlijk wel nog mee willen. Die mensen hebben ook hun grenzen. Ik snap dat ook wel hoor, die mensen doen het natuurlijk ook alleen maar voor het geld.”

Jij bent daar met een missie, maar voor hen is de situatie helemaal anders…

“Voor hen is het allemaal veel emotioneler. Dat is hun eigen land, hun eigen volk. Ze kennen die huizen want ze wonen in zo’n zelfde huis. Die school ziet eruit als hun school alleen is die nu helemaal kapotgeschoten. Maar vooral: zij kunnen niet weg.”

Stel nu, je bent daar alleen met je fixer, hoe beslis je dan waar je die dag naartoe gaat?

“Je volgt het nieuws, je kent de hotspots en je weet wat er de nacht voordien is gebeurd. Daar ga je naartoe.”

Dus de vraag komt niet altijd van de krant uit dan?

“Neen, ik werk sowieso het best als ik niet ten dienste moet staan van iemand anders en mijn eigen ding kan doen.”

Je mag een professionele houding zeker niet verwarren met emotionele afstandelijkheid of cynisme. Sommige van die beelden komen nog regelmatig terug binnen bij mij.

Met tranen in je ogen kan je niet scherpstellen

Als je dan op een plek terecht komt waar net iets gebeurd is, ben je dan in de eerste plaats vooral fotograaf of journalist? Ben je met andere woorden op zo’n moment bezig met compositie en het maken van een ‘mooi beeld’, of wil je toch vooral de situatie zo objectief mogelijk weergeven?

“Als je je laat gaan en je komt met slecht werk af, dan heeft niemand er iets aan. De mensen ter plaatse niet, en de lezer ook niet. Daarom is het je taak - en je moet zelf bepalen of je dat kan of niet - om je cool te bewaren en te focussen op je werk. Je bent daar tenslotte om te communiceren. Een mooi beeld is niet het doel, een interessant beeld wel. 

Dat was zeker zo in Bachmoet, in maart; er was net een raket terechtgekomen op een markt en er werd een zwaargewonde vrouw van onder het puin gehaald (zie hieronder). Zeker in het begin van een oorlog is het dan erg belangrijk dat je laat zien wat daar gebeurd is. Wat sta je daar anders te doen? Maar je mag die professionele houding zeker niet verwarren met emotionele afstandelijkheid of cynisme. Sommige van die beelden komen nog regelmatig terug binnen bij mij. Iemand zei ooit: “Met tranen in je ogen kan je niet scherpstellen” en die uitspraak klopt helemaal.”

Is er geen risico dat je een soort van fotografische esthetisering krijgt van iets wat eigenlijk niet geësthetiseerd zou mogen worden?

“Esthetiseren om te esthetiseren is helemaal fout en mag je zeker niet doen. Maar ik denk ook niet dat ik dat doe. Ik denk zelfs dat er mensen zullen zijn die vinden dat mijn beelden eerder wat te hard zijn, er te veel recht erop.”

Vrouw die gered wordt na een Russische bom, Bachmoet (01/07/2022) © Gert Jochems
Dode Russische soldaten bij de invalsweg naar Lyman (10/2022) © Gert Jochems
Vrouw (81) toont haar schuilkelder, regio Charchiv (07/07/2022) © Gert Jochems

Is binnen de journalistieke fotografie, oorlogsfotografie zowat het hoogste wat je kan bereiken?

“Neen, er wordt zelfs een beetje op neergekeken. Het is namelijk veel moeilijker om het saaie goed te fotograferen. In de oorlog krijg je heel veel cadeau, het drama is er en jij moet het gewoon in beeld brengen. Dat heb je niet bij heel wat andere onderwerpen.”

Het is misschien wel het meest avontuurlijke wat je kan doen?

“Het is zeker heel avontuurlijk. Wat mij echter het meest opviel toen ik drie dagen na het begin van de oorlog Oekraïne binnenging, is de totaliteit van de oorlog. In óns dagelijks leven heeft iedereen zijn eigen leventje en zijn eigen problemen, in de oorlog wordt alles teruggebracht naar één ding: de oorlog. Iedereen heeft het over de oorlog en is ermee bezig, ook als je het niet ziet. Mensen die over straat lopen zijn bezig met iets wat met de oorlog te maken heeft. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik iets meemaakte dat zo omvangrijk was dat het je volledig in beslag neemt.”

In óns dagelijks leven heeft iedereen zijn eigen leventje en zijn eigen problemen, in de oorlog wordt alles teruggebracht naar één ding: de oorlog.

Heeft je oorlogservaring je blik als fotograaf veranderd? Heb je nog zin om de gewone, dagelijkse zaken te fotograferen terwijl er elders zoveel ergere zaken gebeurt?

“Ik ken collega’s die er, als ze terugkomen van een oorlog, inderdaad moeite mee hebben dat mensen zich hier druk maken over futiliteiten. Ik snap echter niet waarom je problemen met mekaar zou vergelijken of in een hiërarchie steken. Het is niet omdat mijn dochter is gestorven dat jij niet kan afzien van je liefdesverdriet. Objectief gezien is het een waarschijnlijk wel erger dan het ander maar dat neemt niet weg dat je liefdesverdriet reëel is. Ik zou dat soort zaken zeker niet wegrelatieveren.”

De schrik om in herhaling te vallen

Je bent er intussen al een aantal keer in Oekraïne geweest. Wil je nog teruggaan? 

“Ja, ik wil zeker terug.” 

Merk je dat je nu anders naar dingen kijkt dan de eerste keer?

“Heel erg zelfs. Ik zie dat heel goed in de beelden die ik in het begin gemaakt heb. Zaken waarvan ik de eerste keren dacht: “What the fuck!” en waar ik nu zelfs geen foto meer van zou maken. De eerste keer dat je een niet geëxplodeerde raket in het beton ziet steken bijvoorbeeld, denk je echt: “Hoe kan dit zelfs!” Bij de honderdste raket kijk je er niet eens meer naar. Ik heb wel wat schrik om in herhaling te vallen. Hoe erg het ook klinkt, je kan niet blijven zeggen hoe ellendig het daar is. Je doet dat wel natuurlijk. Eerst doe je dat in variatie a, dan in variatie b, c en d, maar variatie e is al moeilijker om te vinden.”

Heb je ook aan de frontlijn zelf kunnen fotograferen?

“Echte combat in de eerste lijn heb ik nog niet meegemaakt. Maar dat soort fotografie doe je niet door kort even naar daar te gaan. Daarvoor moet je echt infiltreren, goede contacten hebben, wachten, wachten, wachten en dan hopen dat je op een bepaald moment het geluk hebt dat je mee mag.”

Portret Gert Jochems © Björn Comhaire

Is er competitie tussen fotografen om toch maar aan de frontlijn te geraken?

“Ja, zeker daar. Maar uiteindelijk wil je wel een factuur kunnen sturen hé. En ja, je kan daar cynisch over doen, maar als het erop aan komt wil iedereen toch door betrouwbare media geïnformeerd worden en dan moeten we daar zijn.”

Heb je de smaak van de oorlogsfotografie nu te pakken en wil je dit blijven doen, ook na Oekraïne?

“Ja, toch wel. Ten eerste verbergt het heel goed mijn zwakke punt als fotograaf: het onzichtbare, het onvatbare fotograferen. Zoiets als wat Alec Soth doet bijvoorbeeld, daar heb ik veel bewondering voor maar ik kan het niet. Ik heb een actie, een gebeurtenis nodig om in beeld te brengen. In die zin ben ik een heel klassieke fotojournalist. Ten tweede doet dit soort fotografie er ook echt toe. Ik vind niet dat ik als West-Europeaan per se in Afrika iets te zoeken heb. De tijd dat Amerikaanse, Europese en Japanse fotografen naar daar gingen om de oorlog te fotograferen is gelukkig voorbij, ze hebben daar zelf genoeg goede fotografen nu. Ik kan echter wel een verschil maken hier in Europa.”