Doet de naam van de Brusselse fotograaf Werner Lerooy een belletje rinkelen? De kans bestaat dat je zijn foto’s al eens zag in De Standaard, De Morgen, NRC Handelsblad, Der Spiegel of The Guardian. Of misschien in de brochure over levensverzekeringen die je terugvond in de brievenbus. Zelfs aan de gevel van het Vlaams Parlementsgebouw prijkte ooit zijn werk. Een foto van zijn eigen zus. Gedrukt op een reusachtig doek.
Stuk voor stuk ging het om stockfoto’s die Lerooy sinds vijf jaar online verkoopt. "Ondertussen bied ik al meer 10 000 beelden aan verspreid over 10 websites,” vertelt de fotograaf. “Het leverde me al behoorlijk wat publicaties op. Mijn bereik als fotograaf heb ik grotendeels te danken aan zulke platformen. Ik ben altijd aangenaam verrast wanneer ik mijn werk ergens onverwacht tegenkom.”
Op stockwebsites kunnen gebruikers kiezen uit een immense voorraad afbeeldingen, waaronder die van Lerooy. Tegen betaling uiteraard. Maandelijks ‘verkoopt' Lerooy gemiddeld 250 foto's. Niet slecht, vindt hij zelf, al rekent hij zich niet rijk. "Als je weet dat je als fotograaf tussen de 0,1 en de 0,5 euro per foto krijgt, moet je al heel wat beelden verkopen om ervan te kunnen leven. Begrijp me niet verkeerd, het is een aardige zakcent die elke maand op mijn rekening verschijnt. Maar is het sluipweg om snel rijk te worden? Dat denk ik niet. Als ik met de opbrengst mijn fotomateriaal kan betalen, ben ik al tevreden."
Daar werd Lerooy onlangs nog eens pijnlijk aan herinnerd. “Een foto van mij was gepubliceerd bij een online krantenartikel. Aanvankelijk stond dat beeld dus slechts in één krant. Later werd dat artikel, inclusief mijn foto, integraal overgenomen door alle zusterkranten. Je werk wordt dus meerdere keren gepubliceerd, een miljoen ogen zien je foto, maar als fotograaf passeer je uiteindelijk maar één keer langs de kassa.”
Big business
Wie er wel goed aan verdient? De stockplatformen zelf. De industrie kende de afgelopen eeuw een indrukwekkende groei. De invloed van stockagentschappen op ons dagelijks leven werd ook almaar groter. Of het nu om persfoto’s of commercieel werk gaat, steeds vaker werd er gegrepen naar stockbeelden. Die evolutie fascineerde ook UAntwerpen-student Hendrik van Hout. Voor zijn masterproef in de Filmstudies en Visuele Cultuur besloot hij het fenomeen kritisch van dichterbij te bekijken.